Borstontsteking
Een borstontsteking (mastitis) is een bacteriële ontsteking van de borst die vooral voorkomt bij vrouwen die borstvoeding geven. Om deze te voorkomen: Wast je je handen vóór elke voeding, zorg goed voor jezelf en denk aan je weerstand. Controleer je borsten dagelijks op harde plekken die ontstaan door melk die in de klieren achterblijft. Masseer deze plekken tijdens het voeden/kolven richting de tepel weg. Vooral als je de signalen van een ontsteking opmerkt (harde plekken, rood, warm, pijnlijk en uiteindelijk koorts) is dit belangrijk. Maak het masseren makkelijker door de borst voor de voeding of het kolven te verwarmen met een warme doek of onder de douche. De melkkanaaltjes gaan zo wijder open staan en je masseert de melk er makkelijker uit. Na het voeden kunt je de borsten koelen met een koude doek. Juist als het pijnlijk is, is het belangrijk de borst goed te legen, desnoods met een kolf. De melk moet eruit want als de borst niet goed leeg is, kan het verder gaan ontsteken!
In de meeste gevallen gaat de borstontsteking binnen 24 uur vanzelf over. Heeft u daarna nog koorts, regel dan via uw huisarts antibiotica. Twijfel je of hen je vragen kun je natuurlijk altijd contact met ons opnemen.
Ontlasting
Ontlasting komt meestal enkele dagen na de bevalling weer op gang. Zorg dat je voldoende (minimaal twee liter) water of thee drinkt en dat je vezelrijk eet zodat je ontlasting soepel blijft. Is je ontlasting na een dag of vier na de bevalling nog niet op gang gekomen, meld het ons dan. Wij kunnen je hier dan adviezen voor geven.
Aambeien
Aambeien zijn uitstulpingen van bloedvaten bij de anus. Ze kunnen zijn ontstaan in de zwangerschap of door het persen tijdens de bevalling. Aambeien kunnen zowel inwendig als uitwendig aanwezig zijn en ontstaan soms pas paar dagen na de bevalling. Aambeien zijn vaak erg pijnlijk, kunnen jeuken, irriteren en soms bloeden. Zorg dat je voldoende (minimaal twee liter) water of thee drinkt en dat je vezelrijk eet zodat je ontlasting soepel blijft.
Dit is belangrijk omdat persen de klachten kan verergeren , dus prober je ontlasting goed soepel te houden.
Na de bevalling zal in de meeste gevallen de zwelling van de aambeien vanzelf afnemen, maar dit kan tijd nodig hebben en het kan nog wel een tijd pijnlijk zijn. Daarom is het aan te raden om al in het kraambed te starten met een behandeling, door middel van bijvoorbeeld zalf en tabletten, wij adviseren om dan curanol te halen. Ook kan koelen met een koud kompres verlichting geven.
Bekkenklachten
Bekkenklachten zijn na een bevalling meestal niet ineens voorbij. Al verdwijnen langzamerhand de zwangerschapshormonen die de oorzaak waren voor het weker worden van het bekken, het duurt vaak een tijd voordat de verbindingen tussen de bekkenbeenderen hun oude stevigheid terug hebben. Er ontstaat een andere belasting op het bekken en op de rug, doordat de grote buik nu verdwenen is, maar ook doordat je nu je kindje draagt en optilt. Het is nodig een evenwicht te vinden tussen rust en belasting. Bij teveel rusten worden de spieren slapper, terwijl je de steun van de spieren juist extra nodig hebt. Door te grote belasting echter heeft het bekken geen tijd om te herstellen en zullen de pijnklachten toenemen.
We adviseren je om de eerste vier dagen na de bevalling zoveel mogelijk je rust te nemen. Probeer wel elke dag een aantal keer een klein stukje te lopen en even in een stoel te zitten.
Indien nodig wordt de fysiotherapeut in consult gevraagd. Naarmate de pijnklachten verminderen kun je de activiteiten geleidelijk uitbreiden. Het is de bedoeling dat de klachten langzaam minder worden. je mag verwachten dat het elke maand weer een stuk beter gaat, al nemen bij stress, menstruatie en vermoeidheid de klachten vaak tijdelijk weer toe.
Bekkenbodem
Na een zwangerschap en bevalling zijn de spieren van je bekkenbodem verslapt en uitgerekt. Het is aan te raden om aan het eind van je kraambed te beginnen met bekkenbodemspieroefeningen zodat je bekkenbodem weer sterk wordt. Dit heeft een positief effect op incontinentieklachten en verzakkingsklachten op latere leeftijd. Probeer de oefeningen een aantal keren per dag te herhalen.
Sporten
Als je net bevallen bent, denk je vaak nog niet meteen aan sporten. Waar je in ieder geval in het kraambed mee kunt beginnen is het trainen van de bekkenbodemspieren zoals hierboven beschreven. Als je van plan bent om buikspieroefeningen te gaan doen, wacht dan tot zes weken na de bevalling. Mocht je willen gaan zwemmen dan is het advies om te wachten tot het bloedverlies volledig gestopt is, ongeveer zes weken na de bevalling. Ook andere sporten kun je geleidelijk weer gaan doen na ongeveer zes weken. Als je borstvoeding geeft, is het prettig om een sportbeha te dragen.
Kraamtranen en postpartumdepressie
Na de bevalling breekt een spannende en vaak onzekere periode aan, met allemaal nieuwe gebeurtenissen. In het kraambed is het belangrijk om tijd voor jezelf en je baby te nemen. De meeste vrouwen hebben ongeveer de vierde dag na de bevalling een dip welke veroorzaakt wordt door een combinatie van onrustige nachten en bijbehorend slaapgebrek, zere borsten, eventuele pijnlijke hechtingen en natuurlijk door alle hormonen. Daar zijn ze dan, de kraamtranen! Het lucht op om eens lekker uit te huilen en soms zijn het tranen van geluk.
Dit is een volkomen normale reactie en het gaat na een paar dagen gewoon weer over. Het kan echter ook zijn dat dit gevoel maandenlang aanhoudt. Dit wordt postnatale of postpartumdepressie genoemd en komt ongeveer bij tien procent van de vrouwen voor.
Een postpartumdepressie (PPD) is een depressie die tot uiting komt na de geboorte van een kind, een abortus of een miskraam. De symptomen van een PPD zijn: moeilijk in slaap komen, slecht slapen, vermoeidheid, prikkelbaar, wisselende stemmingen, geheugenverlies, angstig zijn, apathisch of afwezig, lusteloosheid, gespannen en agressief, geen gevoel hebben voor je kind en jezelf overal schuldig over voelen.
Doordat een PPD ontstaat door een combinatie van verschillende factoren, bestaat er geen standaardbehandeling die voor iedereen toepasbaar is. Bespreek met je huisarts hoe je je voelt en zorg dat hij of zij jou serieus neemt. Om te voorkomen dat je een PPD krijgt, is het belangrijk dat j weet dat het bestaat en dat het jou ook kan overkomen en dat je op tijd aan de bel trekt bij aanhoudende neerslachtigheid. Verder is het van groot belang dat je tijdens de zwangerschap en vooral na de bevalling zorgt dat je goed uitrust. Een andere belangrijke factor is voeding: zorg dat je gezond en gevarieerd eet.
Heb je vragen, of bent je bang dat je een PPD heeft, neem dan contact op met de huisarts. Uiteraard kun je gevoelens van neerslachtigheid ook bij ons aankaarten tijdens de nacontrole. Voor verdere behandeling zullen wij je dan doorverwijzen naar de huisarts.